

bijkomende voorwaarden voor aanstelling als toezichthouder
Naast de voorwaarden uit hoofdstuk III van het koninklijk besluit tot regeling van het statuut van de bijzondere veldwachter van 10 september 2017 moet de aanstelling als toezichthouder ook gebeuren onder de voorwaarden uit het Kaderdecreet Vlaamse handhaving (KVH). Dit zijn de bijkomende voorwaarden:
-
De bevoegdheid als toezichthouder is beperkt tot de terreinen waarvoor de bijzondere veldwachter is aangesteld op basis van artikel 61 Veldwetboek. In het aanstellingsbesluit als toezichthouder kan deze territoriale bevoegdheid verder beperkt worden tot een deel van die terreinen.
-
De bijzondere veldwachter voert geen jacht, bijzondere bejaging of bestrijding uit in het gebied waarin die wordt aangesteld als toezichthouder.
-
Er is geen proces-verbaal in opmaak of hangende bij het parket of de beboetingsinstantie.
-
De bijzondere veldwachter is niet veroordeeld wegens een misdrijf waarbij daden van geweld of weerspannigheid zijn gepleegd.
-
De bijzondere veldwachter is niet vervallen verklaard (geheel of gedeeltelijk) van de rechten vermeld in artikel 123 sexies van het Strafwetboek.
-
Een persoon kan alleen worden aangewezen als toezichthouder bevoegd voor de omgevingshandhaving als die een opleiding heeft gevolgd. Personen die over de nodige kennis en eigenschappen beschikken, maar de vereiste opleiding nog niet gevolgd hebben, krijgen uitstel van de opleidingsverplichting voor een niet-verlengbare termijn van 5 jaar.